Weblog

Flexibilisering zet door in het mbo

Een jaar of tien geleden waren er grote zorgen over het taal- en rekenniveau in Nederland. Pabo-studenten bleken te vaak nauwelijks vaardiger te zijn dan leerlingen van groep 8 en maakten veel taalfouten.

Pieter Hendrikse

Ook bleek dat Nederland het in internationaal opzicht niet goed deed: zowel ten opzichte van andere landen maar ook in absolute zin bleken de reken/wiskundeprestaties minder te worden. In die tijd was ’Ze kunnen niet tellen en spellen’ een vaak gebezigd motto.

Daarom is in 2010 de Wet op de Referentieniveaus aangenomen, waarin bepaald is op welk niveau het Nederlands en rekenen aan het eind van het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) beheerst moeten worden.

Een noviteit alom!

Aansluiten bij sector

Het mbo kreeg voor het eerst te maken met landelijke examens (Nederlands, rekenen en later Engels) die golden voor alle beroepsopleidingen. Voor ons was het mbo een nieuwe sector waarvoor landelijke examens ontwikkeld en ‘uitgerold’ moesten worden. Vanuit het mbo was het de vanzelfsprekende wens deze landelijke examens aan te laten sluiten op de opleidings- en organisatiestructuur van de sector.

In tegenstelling tot het voortgezet onderwijs is er immers geen sprake van één cohort dat op hetzelfde moment examen aflegt. Er is een grote diversiteit aan opleidingssoorten: van éénjarige BBL-trajecten voor speciale doelgroepen tot vierjarige BOL-opleidingen. Ook kennen mbo-instellingen vaak grote deelnemersaantallen. Een mbo-instelling moet jaarlijks al gauw tienduizenden afnames van centrale examens in speciaal daartoe ingerichte examenlocaties verzorgen.

Flexibele examinering

Kortom, uitgangspunt voor de implementatie van de centraal ontwikkelde examens (COE’s ) was dat grootschalige en flexibele examinering mogelijk moest zijn. Vanwege deze omstandigheden is ervoor gekozen om de afname en scoring van de examens (ook van de open vragen) volledig digitaal te laten verlopen, met zo weinig mogelijk rompslomp wat betreft planning en administratie.

We zijn aan de slag gegaan met de implementatie van de centrale examens: als eerste 3F-examens in 2011 met 4000 afnames. Inmiddels zijn er in de afgelopen periode meer dan 140.000 examens afgenomen. Het vertrouwde ExamenTester is vervangen door Facet. Facet is ingericht om grote informatiestromen te plannen en te verwerken.  Ook online-afname op externe locaties is mogelijk.

Aanvankelijk was er sprake van pilotafnames gedurende twee weken, intussen kennen we vijf afnameperiodes door het hele studiejaar heen. Met ingang van dit studiejaar is een nieuwe stap gezet rondom flexibilisering.  Vanaf de herfstvakantie kunnen centrale examens Nederlandse taal en rekenen 2F/3F gedurende 28 weken (4 * 7 weken) worden afgenomen. Eerder was dit slechts acht weken in totaal!

Snelle normering

Daarnaast is er in september een eerste afnameperiode, bedoeld voor die studenten die nog voor 1 oktober willen diplomeren. De normering verloopt sneller dan in voorgaande jaren. Gedurende 25 weken is de uitslag meteen na het afsluiten van het examen bekend en wordt deze aan de instelling verstrekt. Een optimale planning van deze examens wordt daarmee ondersteund en, nog belangrijker, studenten behoeven beduidend minder lang op de uitslag te wachten.

Me dunkt dat we dit jaar een gigantische stap voorwaarts hebben gezet op het gebied van flexibilisering!

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.