Hoe doe je eindexamen als je een visuele beperking hebt? Die vraag kunnen Eline en Anne heel goed beantwoorden. Eline ziet in optimale omstandigheden ongeveer vijftien procent. Het zicht van Anne is vier tot vijf procent. Zij loopt met een stok en staat op de wachtlijst voor een hulphond. Beiden hebben via staatsexamens vo hun diploma gehaald. Van hun centraal schriftelijke examens hebben ze een braille-variant gekregen. Hun mondelinge college-examens zijn door examinatoren afgenomen, die hier door middel van een online module op voorbereid worden. 

Eline en Anne

Zowel Eline als Anne hebben gemerkt dat examinatoren verschillend met hun visuele beperking omgaan. Over het algemeen zijn hun ervaringen positief. ‘De examinatoren waren aardig en vaak behulpzaam’, zegt Anne. Maar er zijn ook verbeterpunten. De belangrijkste die ze mee willen geven is, ‘wees geduldig’. ‘Mensen met een visuele beperking kunnen een andere verwerkingssnelheid hebben’, zegt Eline. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat het soms iets langer duurt voor ik een antwoord kan geven. Dat komt doordat je met een visuele beperking niets of anders ziet, maar in je hoofd kun je wel bijvoorbeeld een tabel of grafiek visualiseren. Het kost tijd om dat te doen’. 

Voorbereiding

Examinatoren weten van te voren dat ze kandidaat met een visuele beperking moeten examineren. Het is volgens Anne fijn als een examinator weet wie die voor zich heeft en wat de beperking is. 
‘Vraag altijd of iemand hulp kan gebruiken’, zegt Anne, ‘maar pak nooit zomaar iemand bij de arm, hoe goedbedoeld dat ook is’.
Bij sommige vakken moeten kandidaten tijdens een mondeling college-examen teksten voorlezen. Kandidaten met een visuele beperking werken vaak met een laptop. Hier kan speciale voorleessoftware op staan, maar teksten kunnen met een braille leesregel ook in braille worden omgezet. ‘Let goed op dat je niet te veel onnodige tekst aanreikt’, zegt Eline. ‘Alinea’s die eigenlijk niet relevant zijn, zijn alleen maar ruis’. Het doorspitten van een tekst kost voor deze kandidaten extra tijd. 
Als je bij Nederlands een gedicht meeneemt, kan de geprinte versie er qua lay-out heel anders uitzien dan de digitale variant die op de laptop van de kandidaat staat. Er kunnen bijvoorbeeld enters staan die je met het blote oog niet op het scherm ziet, maar de voorleessoftware ziet deze wel. Dat kan iets doen met de tekstinterpretatie. Mocht je als examinator denken, ‘huh, dat is gek’, vraag dan aan de kandidaat hoe of wat, dan kom je er samen wel uit. Vragen stellen is sowieso een tip die Anne en Eline allebei geven. ‘Weet je iets niet, twijfel je ergens over? Vraag het!’ 

Spraakcomputer

Kandidaten kunnen een spraakcomputer gebruiken om teksten te kunnen ‘lezen’. Dat kan in een razendsnel tempo gaan. Zo snel zelfs dat je er als examinator waarschijnlijk geen touw aan vast kunt knopen. ‘Mijn spraak staat heel snel’, zegt Anne. ‘Dat is niet voor niets, want dat werkt een stuk sneller dan een braille leesregel. Het klinkt een beetje alsof je een podcast op drie keer de normale snelheid afspeelt.’ Bij sommige vakken kunnen er afbeeldingen nodig zijn bij het mondeling college-examen. Sommige afbeeldingen kun je als examinator omschrijven, maar soms zijn er ook voelbare afbeeldingen beschikbaar. Deze hebben dikke lijnen waar je met je vingers overheen kunt. Datzelfde geldt voor figuren. Voor biologie zijn er bijvoorbeeld figuren van het hart of van het oog. 

Non-verbale communicatie

Een vragende blik, een knikje, handen in de lucht die aanhalingstekens nadoen, het is allemaal non-verbale communicatie en iedereen doet het. Maar kandidaten met een visuele beperking pikken deze signalen waarschijnlijk niet op. Volgens Anne is het goed als daar rekening mee wordt gehouden. ‘Maak je vragende blik verbaal door een vraag te stellen. Knik niet, maar hum. En zeg dat je aanhalingstekens nadoet.’ Eline en Anne willen bedrukken dat zij weten hoe ze met hun eigen beperking om moeten gaan. Het is fijn als een examinator dat ook weet. ‘Als je onwetend bent, hoeft dat niet erg te zijn’, zegt Eline. ‘Maar vraag dan vooral dingen die je niet weet’. Zo kan iedereen zo fijn mogelijk examen doen.