Met jaarlijks duizenden kandidaten en zo’n 1500 examinatoren vormen de staatsexamens in het voortgezet onderwijs (vo) een wereld op zich. Vakvoorzitters spelen hierin een sleutelrol: zij begeleiden vakgroepen van examinatoren en fungeren als schakel naar het College voor Toetsen en Examens (CvTE) en DUO. Sophie de Goei, vakvoorzitter Engels havo/vwo, en Hélène Kol–Vromans, vakvoorzitter Nederlands havo/vwo, vertellen waarom dit werk zo bijzonder is: ‘Je bent echt van waarde.’

Sophie de Goei en Hélène Kol-Vromans

Invloed uitoefenen

Sophie geeft les op een vso-school (voortgezet speciaal onderwijs). ‘Sinds vorig jaar ben ik vakvoorzitter. Ik wil graag samen met anderen meedenken over de inhoud van de staatsexamens en ze zo passend mogelijk maken voor leerlingen van het vso’. Het vakvoorzitterschap bleek een goede oplossing voor mij.’ Ze voegt met een knipoog toe: ‘Ik geef bovendien graag feedback. Als iets effectiever kan, dan hoor je dat van mij.’

Hélène werkt al bijna veertig jaar in het onderwijs en zo’n 22 jaar voor de staatsexamens. ‘Sinds 2021 ben ik vakvoorzitter en sinds twee jaar algemeen vakvoorzitter, een soort ‘opperhoofd’, als ik het zo mag zeggen. Op een gegeven moment gaat het kriebelen: wat is er nog meer dan alleen examineren? Ik had goed contact met de algemeen vakvoorzitter en dacht: dat is ook iets voor mij. Bovendien was er nog nooit een vrouwelijke vakvoorzitter geweest. Nog meer reden om te reageren.’

Humor en betrokkenheid

Hun vakgroepen zijn groot en divers. ‘Bij Engels hebben we zo’n zestig examinatoren’, zegt Sophie. ‘We hebben veel humor en het is heel waardevol om samen te examineren.’ Hélène: ‘Wij hebben er ruim honderd, van startend docent tot gepensioneerd. Het mooie vind ik dat iedereen bereid is om mee te denken. Als ik een oproep doe voor casussen of ideeën, dan regent het reacties.’

Tijdsbesteding

Als vakvoorzitter ben je de spil in een complex geheel. ‘Je verzorgt communicatie en bent een schakel tussen het CvTE, DUO en de vakgroep,’ zegt Hélène. ‘Je beheert de casusbank, houdt vakinformatie bij en beantwoordt vragen (in de vakinformatie staat alles wat je moet weten voor de college-examens, red). Ik kijk elke dag in mijn mail, want ik wil dat niemand met een vraag blijft zitten. Zo ben ik er het hele jaar wel mee bezig. Ongeveer een halve dag tot een dag per week. Je moet dit werk dus echt met toewijding doen, niet even erbij.’

Sophie ervaart het werk als vakvoorzitter meer in pieken. ‘In de meivakantie check ik bijvoorbeeld casussen: artikelen lezen, fouten eruit halen, kijken of het geschikt is voor het mondeling college-examen. Dat is trouwens vooral leuk, want ik hou van lezen. Maar dit werk vraagt dus wel om flexibiliteit.’

Variatie aan examenkandidaten

De kandidaten die ze tegenkomen bij de staatsexamens maken het werk extra bijzonder. ‘Heel verschillend,’ zegt Sophie. ‘Van slechtziende leerlingen tot kandidaten met autisme. Maar ook een brandweerman van 45 die zijn havodiploma nodig heeft, of een leerling van veertien die versneld examen doet. Dat zorgt voor heel verschillende gesprekken tijdens het mondeling.’

Om examinatoren daarop voor te bereiden, is er veel aandacht voor training. ‘Op examinatorendagen zijn er workshops,’ legt Sophie uit. ‘Bijvoorbeeld over selectief mutisme, of TOS (Taalontwikkelingsstoornis, red.). Soms vertellen kandidaten met een beperking zelf hoe zij het staatsexamen ervaren, bijvoorbeeld als ze slechtziend zijn. Dat helpt ons enorm.’

Afstemming en uitdagingen

Ook tussen vakgroepen wordt samengewerkt. ‘Vanuit het CvTE wordt dat aangemoedigd,’ zegt Hélène. ‘We stemmen dingen af met Nederlands vmbo, bijvoorbeeld beoordelingsmodellen, en hebben gezamenlijke overleggen om één lijn te trekken. Dat werkt heel prettig.’ Tegelijk zijn er uitdagingen. ‘Je werkt met meer dan honderd mensen,’ zegt ze nuchter. ‘Soms gaat er iets mis, maar meestal kom je er samen wel uit. Belangrijk is dat je de samenwerking op orde houdt’. De grootste uitdaging ligt volgens haar in de toekomst: ‘Er komen geactualiseerde examenprogramma’s aan die we goed moeten vertalen naar de praktijk.’ 

Voor Sophie zit de uitdaging vooral in het bewaken van eenduidigheid. ‘Voor de actualisatie moeten de neuzen uiteindelijk dezelfde kant op staan,’ geeft ze aan, al merkt ze dat er in de praktijk veel eensgezindheid is. 

Leren van elkaar

Over wat het werk bijzonder maakt hoeven ze niet lang na te denken. ‘Als vakvoorzitter ontmoet je zoveel verschillende mensen en je leert continu van elkaar,’ legt Sophie uit. ‘Iedereen wil het beste voor de kandidaten.’

Hélène vult aan: ‘Je leert van andere examinatoren bijvoorbeeld hoe je op je eigen school als docent een mondeling anders kunt aanpakken dan traditioneel. Bijvoorbeeld in groepjes, of door er een vlog van te maken. Dan denk ik: wat leuk, dat ga ik ook eens proberen!’ Ze glimlacht: ‘Ik krijg er altijd een goed gevoel van. Dit werk is bijzonder. Je kunt mensen ook buiten het reguliere onderwijs echt de kans geven om een certificaat of diploma te behalen. Ja…dan ben je in mijn ogen van waarde.