In deze korte Q&A beantwoorden we enkele te verwachten vragen over de update normeringsmethodiek doorstroomtoetsen.

Wat gebeurt/verandert er precies?

Als College voor Toetsen en Examens (CvTE) herzien we de normering die wordt toegepast bij de doorstroomtoets van 2027. Vanaf dat jaar gebruiken we bij de normering ieder jaar alle beschikbare data sinds 2018. Hierdoor hebben we meer normeringsgegevens ter beschikking, waar we de uiteindelijke normering van dat jaar op kunnen baseren. 

Waarom wordt deze wijziging doorgevoerd?

Dit doen we om de normeringsmethodiek verder te optimaliseren. Het gebruik van alle beschikbare data maakt de resultaten van de normering stabieler. Het herijken van de grensscores zorgt ervoor dat de grensscores dichter bij de oorspronkelijk bepaalde norm komen te liggen.

We evalueren continu de kwaliteit van de doorstroomtoetsen. Wanneer nieuwe psychometrische inzichten of onderzoeksgegevens daar aanleiding toe geven, kan de normering op onderdelen worden aangepast. Dat is ook in dit geval gebeurd. Namelijk naar aanleiding van de audit van ETS Global. 

Wat verandert er voor scholen?

Voor de meeste scholen verandert er weinig. De inhoud van de referentieniveaus voor Lezen, Rekenen en Taalverzorging verandert niet en ook de inhoud van de toetsen blijft gelijk.
Wel kunnen de percentages leerlingen die een bepaald referentieniveau behalen veranderen. Dat komt doordat de grensscores voor referentieniveaus en toetsadviezen opnieuw worden gepositioneerd. De effecten van deze wijziging zullen voor het eerst zichtbaar zijn in de resultaten van de doorstroomtoets van 2027. De onderwijsinspectie zal waar nodig rekening houden met eventuele veranderingen in resultaten. 

Op basis van analyses van de afname van 2026 worden voor de toetsadviezen slechts beperkte effecten verwacht. Voor de referentieniveaus kunnen grotere verschillen zichtbaar zijn. Op basis van deze analyses wordt het grootste verschil verwacht bij Lezen voor het referentieniveau 2F. Voor meer informatie hierover, zie de technische toelichting. 

Goed om te benoemen is dat een verandering in het aandeel leerlingen dat een referentieniveau behaalt niet automatisch betekent dat leerlingen beter of slechter zijn gaan presteren. De herijking verandert de manier waarop toetsprestaties worden gekoppeld aan referentieniveaus, maar niet wat leerlingen moeten kennen of kunnen om die prestaties te leveren. Voor de school kan het betekenen dat iets minder leerlingen het referentieniveau Lezen 2F behalen. 

Hoe groot zijn de verschillen op schoolniveau?

Dat is vooraf niet precies te voorspellen.

De analyses die zijn uitgevoerd, zijn gebaseerd op landelijke resultaten en geven een indicatie van de verwachte effecten op landelijk niveau. Op het niveau van individuele scholen kunnen de effecten groter of kleiner uitvallen.

De uiteindelijke gevolgen hangen onder meer samen met de prestaties van de leerlingen op een school en met de verdeling van deze prestaties rond de betreffende grensscores. Hierdoor kunnen scholen verschillende effecten ervaren. 

Zijn de verwachte effecten voor alle toetsaanbieders vergelijkbaar?

De analyses op basis van de afname van 2026 laten zien dat de ingeschatte effecten voor de verschillende toetsaanbieders in grote lijnen vergelijkbaar zijn.
Dit is een belangrijke constatering, omdat dit erop wijst dat de verschillen vooral samenhangen met de onderliggende vaardigheidsschaal en niet met specifieke toetsen of toetsaanbieders.

Hoe kan het dat de verwachte effecten op referentieniveaus groter zijn dan de verwachte effecten op toetsadviezen?

De analyses op basis van de afname van 2026 laten zien dat de verwachte effecten voor sommige referentieniveaus groter zijn dan voor de toetsadviezen.

Dit verschil hangt samen met de manier waarop toetsadviezen en referentieniveaus tot stand komen. Een referentieniveau heeft betrekking op één specifiek domein, zoals Lezen, Rekenen of Taalverzorging. Een verschuiving van de grensscore binnen zo'n domein werkt daarom direct door in het aandeel leerlingen dat het betreffende referentieniveau behaalt.

Toetsadviezen worden daarentegen gebaseerd op een combinatie van de vaardigheidsschalen voor Lezen, Taalverzorging en Rekenen. Hierdoor kunnen effecten binnen afzonderlijke domeinen elkaar gedeeltelijk compenseren. Veranderingen die zichtbaar zijn binnen één domein werken daardoor niet automatisch in dezelfde mate door in de verdeling van de toetsadviezen.

Op basis van de doorrekening van de afname van 2026 worden daarom beperkte effecten verwacht voor toetsadviezen, terwijl bij Lezen 2F een verschil  zichtbaar kan zijn.

Betekent dit dat leerlingen in het verleden een verkeerd toetsadvies hebben gekregen?

Nee, dit kun je niet zo stellen. Er zijn geen aanwijzingen dat de herijking leidt tot wezenlijk andere conclusies over de advisering van leerlingen in voorgaande jaren. Voor de toetsadviezen worden slechts hele beperkte effecten verwacht.

Waarom wordt het grootste effect verwacht bij referentieniveau Lezen 2F?

Voor deze uitkomst is geen specifieke oorzaak aan te wijzen. Dit lijkt het gevolg te zijn van een combinatie van verschillende kleine effecten die zich in de loop van meerdere jaren hebben voorgedaan bij het overbrengen van de vaardigheidsschaal.

Wat betekent deze wijziging voor het toezicht door de onderwijsinspectie?

De Inspectie van het Onderwijs is op de hoogte van de voorgenomen wijziging en vindt het onwenselijk dat scholen hier in het toezicht mogelijk een nadeel van kunnen ondervinden. De inspectie heeft de resultaten van de doorstroomtoets 2027 nodig om de effecten van deze wijziging verder te onderzoeken. Indien nodig zal de inspectie haar werkwijze op de nieuwe situatie aanpassen en hierover communiceren. Voor de beoordeling van de resultaten in de onderzoeken van dit schooljaar verandert er niets. Het onderwijsresultatenmodel dat de inspectie gebruikt is gebaseerd op de doorstroomtoetsen van eerdere jaren (2024-2025-2026).

Waar kan ik terecht met verdere vragen?

Scholen die vragen hebben over hun toetsresultaten kunnen contact opnemen met hun toetsaanbieder. Voor algemene vragen over de gewijzigde normeringsmethodiek, de herijking van de grensscores en de gevolgen daarvan voor de interpretatie van resultaten kunnen scholen terecht bij het CvTE. De belangrijkste achtergrondinformatie is daarnaast opgenomen in de technische toelichting.