Met de visie van de staatssecretaris, zoals aangegeven in de Kamerbrief over de doorstroomtoets op 2 juli jl., lijkt het einde van het stelsel met meer doorstroomtoetsen en de keuze voor 1 doorstroomtoets wel beslecht. Al weet je dat natuurlijk nooit. Kan zomaar zijn dat veel aanbieders stoppen en we er nog maar 2 over hebben, waardoor we ons nog eens achter de oren krabben of we dat niet zo moeten houden. Het is dan ook goed dat in de Kamerbrief nog een kleine slag om de arm wordt gehouden. Het Kamerdebat over toetsen en examens van 9 september jl. leidde niet tot wijziging van de in de brief uitgezette koers. Wel willen de Kamerleden kijken naar versnelling van de invoering (dus voor schooljaar 2029-2030), al realiseren ze zich ook dat ze dan ook zelf met betrekking tot snelle wetgeving en Kamerbehandeling aan zet zijn.

Enfin; laat ik me eerst bij de feiten houden. De staatssecretaris spreekt zich uit voor een centrale aanbieder van 1 doorstroomtoets. Met die uitspraak is de discussie over de doorstroomtoetsen direct minder geworden. Je merkt dat aan de afname in media-aandacht. 1 doorstroomtoets betekent trouwens wel: één variant digitaal, één variant op papier en wellicht één voor speciale doelgroepen met een ondersteuningsbehoefte. De staatssecretaris ziet 1 doorstroomtoets als een eerste stap in een langer traject om toetsing en advisering te ontwikkelen, die bijdraagt aan goed onderwijs en optimale benutting van talent. Een mooie formulering waarbij ook veel terechte relevante afwegingen worden genoemd voor wat ik wat korter benoem in de titel van deze blog. Vanwaar die oproep?
1. De onderliggende discussies
Er waren veel onderliggende discussies die speelden en nog spelen met als de steen des aanstoots het stelsel van doorstroomtoetsen. Daartoe behoren:
- het moment van selecteren (waarom op 12 jaar?);
- hoe benut je de doorstroomtoets (alleen als second opinion voor een goed advies aan deze leerling of ook voor het onderwijsresultatenmodel van de school en dus inspectie)?;
- ben je verplicht het advies van de toets te volgen als school of is het een second opinion?;
- waarom geen praktische vaardigheden als onderdeel van de toets?
Over de antwoorden op al die vragen verschillen de meningen en die vragen zijn niet weg met een keuze voor 1 doorstroomtoets met meerdere varianten.
2. Als het 2029-2030 is zullen scholen verschillen zien en veel vragen hebben?
Scholen hebben dan 6 à 7 jaar een doorstroomtoets afgenomen. Misschien een keer gewisseld maar inmiddels wel continuïteit in uitvoering en resultaten gezien, op waarde geschat en gebruikt om beter onderwijs en betere adviezen te geven. Als ze overgaan naar die ene doorstroomtoets zullen ze ongetwijfeld ook verschillen zien en zich afvragen hoe dat nu weer kan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meerderheid van scholen wel voor 1 doorstroomtoets is, maar niet welwillend staat tegenover een andere dan ze nu gebruiken. Ook de aansluiting met het leerlingvolgsysteem, zeker als dat niet van die ene aanbieder is, zal vragen oproepen. De basis onder het huidige stelsel is “verschillende scholen met verschillende leerlingen onder verschillende omstandigheden maken verschillende toetsen”. Dat laatste verschil is (grotendeels) weg met ‘1 doorstroomtoets’, de andere niet.
3. De makkelijkste discussie hebben we gehad
Al zal niet iedereen dat zo ervaren hebben: de makkelijkste discussie hebben we gehad. Voor of tegen meerdere doorstroomtoetsen en kiezen voor 1 met als hoofdargument vergelijkbaarheid en gelijke kansen. Terecht noemt de brief van de staatssecretaris ook het meerjarig onderzoek (waar zitten de leerlingen na 3, 4, 5,10 of 30 jaar). In dat kader is een langlopend onderzoek (meer dan 40 jaar) waarover recent een artikel in ScienceGuide verscheen interessant. De titel zegt genoeg. Ze koppelen daar ook een aantal adviezen voor de praktijk aan:
Voor basisscholen laat het onderzoek zien dat het schooladvies informatie bevat die niet volledig uit één toetsuitslag kan worden afgeleid. Een deel daarvan komt doordat leerkrachten leerlingen gedurende langere tijd observeren en zo toevallige uitschieters in een korte toets kunnen ondervangen.
Voor scholen in het voortgezet onderwijs maken de resultaten duidelijk dat een schooladvies en een toets niet volledig uitwisselbaar zijn. Beide voorspellen de verdere schoolloopbaan, maar zij leggen gedeeltelijk verschillende informatie over leerlingen vast.
Voor beleidsmakers ondersteunen de resultaten een systeem waarin meerdere informatiebronnen gezamenlijk worden meegewogen. De studie laat niet zien welke exacte verhouding tussen schooladvies en toets het beste werkt en biedt geen oplossing voor mogelijke vooroordelen in subjectieve beoordelingen.
Ik ben dan ook blij dat we als CvTE zelf ook voortdurend onderzoek blijven doen, onder andere als we verschillen zien. Daarover rapporteren we ook weer in onze laatste Terugblik op de doorstroomtoets 2026. Die beveel ik dan ook van harte aan.
Kortom: laten we ons niet blind staren op de keuze voor 1 doorstroomtoets maar vooral, in het belang van de leerlingen, ze zoveel mogelijk kansen bieden voor hun talenten (ook praktische!). Daar spannen we ons als CvTE voor in. Nu en in de toekomst.