Het was tien jaar geleden. Als bestuurslid van WorldSkills Netherlands (vakwedstrijden voor vmbo-leerlingen) zat ik aan tafel met Pien Hoveling. Toen twintig jaar. Ze was, na haar Nederlandse kampioenschap, net Europees kampioen etaleren geworden in het Zweedse Göteborg. In 2017 zag ik haar in Abu Dhabi wereldkampioen worden in haar vak. Haar LinkedIn-profiel noemt trots de “Gold Medal Skills de Finals Visual Merchandising/Window Dressing”. Wel grappig overigens dat het window dressing heet. Inmiddels heb ik daar een heel andere beleving bij.

Ik ben haar een beetje uit het oog verloren. Ze maakte tijdens dat diner blijvende indruk op me omdat ze vertelde te zijn begonnen op het vwo, toen havo te hebben gedaan en daarna, omdat ze etaleren wilde doen, het mbo. Wat me raakte was dat ze haar vriendinnen van havo en vwo, als ze die zag, nog steeds moest uitleggen waarom ze naar het mbo is gegaan. Dat vond ze heel merkwaardig want ze had toch haar passie gevolgd? Ik zie dat ze nu werkt bij KING KONGS als medior interior designer en inmiddels een bachelor heeft gedaan. Voor mij was ze altijd al King Kong.

Op de dag dat ik aan dit blog begon (25 maart) stond in de Volkskrant een artikel met de kop: 'Vooral hoogopgeleide ouders plussen schooladvies op'. En mijn gedachten dwaalden naar Pien. 'Hoe hoger, hoe beter': die overtuiging is hardnekkig. Kern van het artikel was dat het onderwijsveld er al jaren heel eensgezind over is. 'Hoger' is niet altijd 'beter'.  Maar het is roeien tegen de stroom in. Er wordt veel geïnvesteerd in bijlessen, toetstrainingen etc.  Het tij is nog lang niet gekeerd. 'Hoger' staat gelukkig nu wel tussen aanhalingstekens. Misschien is dat de eerste winst van jaren discussie; dat theoretisch niet altijd 'hoger' is dan praktisch.

Als je eerste stap in het vervolgonderwijs niet past kan het leiden tot afstroom en dat is slecht voor de motivatie en het zelfbeeld. Vandaar dat de regio Kennemerland en Haarlemmermeer de campagne ‘kiesmetjehart’ is begonnen. Dat had Pien al gedaan. En werkgevers schreeuwen inmiddels om vaklui en publiceren lijstjes met de salarissen van goed opgeleide technici en bouwers op mbo- en hbo-niveau. Wellicht dat de economische wetten meer dwingen. Özcan Akyol pleitte in zijn column in het AD van 29 maart zelfs voor een tegencampagne, tegen 'hoger' is 'beter'.

En ja, ook ik heb me er schuldig aan gemaakt. Weliswaar in de jaren '00 nog niet in overdreven mate, maar als het even kon had je toch liever havo of vwo. Sommige inzichten en wijsheid komen wat later…

Dit onderwerp raakt en verwart me ook altijd in relatie tot de doorstroomtoets. Aan de ene kant is een goed tweede gegeven relevant. Vandaar dat we als College voor Toetsen en Examens (CvTE) consequent ervoor pleiten om de toets alleen daarvoor te gebruiken. Vandaar ook dat we onderzoek doen om de kwaliteit waar dat nodig is en kan te verbeteren. Zie bijvoorbeeld de twee onderzoeken op onze onderzoekspagina naar de plaats van de ankeropgaven en hoe leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs de toets maken. Aan de andere kant moet het wel naast het advies van de school, de motivatie en passie van de leerling en de inzichten van de ouders worden gelegd. En dan hoop je op het goede gesprek tussen school, ouders en leerling over welk voortgezet onderwijs het beste past. Dat is helaas niet altijd de werkelijkheid. En dat gaan we in mijn stellige overtuiging ook niet oplossen met één doorstroomtoets. Datzelfde geldt voor de verdeeldheid over de rol van de doorstroomtoets zoals onder andere naar voren komt in het onderzoek van DUO-Onderwijs in opdracht van Leve het Onderwijs. Ook de toetsaanbieders hebben daarover hun mening kenbaar gemaakt en roepen op tot kennis van de feiten, ervaringen en het belang van nuance.

Misschien heeft Akyol wel gelijk en kunnen we onze energie beter steken in een tegencampagne. Zodat vaker en beter het goede gesprek wordt gevoerd tussen school, ouders en leerling over de beste keuze voor het vervolgonderwijs, passend bij die leerling.  Daar kunnen toetsresultaten bij helpen. Ik hoop op meer van die goede gesprekken in deze periode van advisering. Wetend dat niet iedereen zo’n duidelijk doel voor ogen heeft als Pien.

Noot: Met plezier draag ik voor de maand mei het stokje voor een blog over aan Wiebo Spoelstra, lid van ons college vanuit het voortgezet onderwijs.