Op 11 juni – en wat later voor de staatsexamens - gaan de vlaggen weer uit voor al die leerlingen die geslaagd zijn voor hun examen. Er wapperen dan rond de 125.000 vlaggen door heel Nederland. Een prachtig en betekenisvol moment: een individuele prestatie wordt collectief gevierd. Dat die ene leerling de vlag kan uithangen, is mogelijk dankzij een collectief. Het is die ene leerling die de examens zo heeft gemaakt dat dit leidde tot een positieve uitslag. Maar het was dankzij de jarenlange samenwerking, ondersteuning en betrokkenheid van honderden anderen dat deze leerling in staat was voldoende goede antwoorden te geven.

Wiebo Spoelstra, collegelid vanuit de vo-sector

Die samenwerking betreft de gehele sector: in de examenketen werken scholen, vakexperts, het CvTE en andere partners samen om te komen tot goede en representatieve examens. Het is daarmee een gezamenlijk product van de sector. Dat geldt ook voor de aanstaande curriculumherziening. In opdracht van het ministerie vertaalde SLO de opbrengsten van leraren, vakverenigingen en experts naar kerndoelen en examenprogramma’s. Na vaststelling zal het CvTE de nieuwe doelen vertalen naar kaders voor de centrale examens die Cito uitwerkt in concrete examens. Ook hieraan zullen weer talloze docenten een bijdrage leveren. 

De eerste nieuwe examens worden vanaf 2029 afgenomen. Eerst gaan scholen aan de slag om de nieuwe doelen te vertalen naar een nieuw curriculum. Onder de herziening liggen mooie ontwerpprincipes ten grondslag: meer focus op brede vorming, minder overladenheid en meer diepgang, een betere balans tussen kennis en vaardigheden en ook meer samenhang en coherentie. Deze principes dragen eraan bij dat leerlingen toegerust worden voor een wereld die snel verandert, complex en digitaal is en die vraagt om democratisch burgerschap.

Recht doen aan deze principes is belangrijk én complex: het vraagt om afstemming binnen vakken (doorlopende leerlijnen), tussen vakken (thematisch) en om expliciete verbinding tussen onderbouw en bovenbouw en tussen sectoren. Het vraagt samenwerken vanuit een gedeelde bedoeling, vertrouwen, heldere rollen en een cultuur waarin verschillen worden benut en waarbij continu wordt geleerd. Dat is voor veel scholen uitdagend. Het dominante kernproces is immers nog altijd die ene docent voor die ene klas.

Dat vraagt iets van ons dagelijks werk in de klas en de samenwerking met collega’s. We moeten daarom de bereidheid hebben om ook te stoppen met zaken. Door kritisch te kijken naar wat weinig bijdraagt, zelfs als het ons aan het hart gaat. Zo kunnen we tijd en ruimte organiseren waarin teams kunnen ontwerpen, leren en reflecteren. Dan is deze herziening niet alleen een inhoudelijke aanpassing van ons onderwijs. Dan brengen we ook meer congruentie aan tussen het leren van de leerling en het werken van ons als professionals. Dan is de kwaliteit van onderwijs niet afhankelijk van de individuele docent alleen, maar wordt deze gedragen door het team als geheel.

De vlag op 11 juni is erkenning voor een individuele leerling. Maar de prestatie die daaronder ligt, is collectief georganiseerd. Dat geldt ook voor de totstandkoming van het nieuwe curriculum. Als sector hebben we laten zien waartoe we samen in staat te zijn. Laten we dat ook als scholen waarmaken.