Elk jaar analyseren we de prestaties van leerlingen uit het reguliere basisonderwijs op doorstroomtoetsen voor de landelijke, toetsoverstijgende normering. Zo kunnen we toetsuitslagen omzetten in passende toetsadviezen, ongeacht de toets die de leerling heeft gemaakt.

Eerder was nog niet onderzocht of de aannames van onze psychometrische modellen ook gelden voor leerlingen uit het speciaal (basis)onderwijs (s(b)o). We wisten daardoor nog niet of we hun toetsresultaten ook kunnen meenemen in onze analyses voor de landelijke normering.

Onderzoek van Stichting Cito wijst uit dat leerlingen uit het s(b)o op een klein aantal ankeropgaven vaker gokgedrag laten zien dan leerlingen uit het regulier basisonderwijs. Deze ankeropgaven zijn daardoor minder geschikt voor leerlingen uit het s(b)o. Om die reden zijn de toetsresultaten uit het s(b)o minder bruikbaar in de analyses voor de landelijke normering.

Het blijkt dat de aannames van de psychometrische modellen in de meeste andere gevallen wel gelden voor leerlingen van het s(b)o. Daarom kan het gebruik van toetsresultaten uit het s(b)o bijdragen aan de nauwkeurigheid van de normering door toetsaanbieders van individuele adaptieve toetsen. Ook zijn deze gegevens bruikbaar voor de analyse van pretestresultaten voor de leerlingrapportages die toetsaanbieders opstellen.

Op basis van dit onderzoek hebben we de Regeling beoordelingsnormen aangepast. Je kunt de regeling via deze link bekijken.

Bekijk het onderzoeksrapport