Veelgestelde vragen over de centrale examens in het voortgezet onderwijs

Hier vindt u veelgestelde vragen over de centrale examens vo. Bezoek voor meer informatie over de centrale examens ook Examenblad.nl.

Hoe werkt het CvTE samen met docenten?

De centrale toetsen en examens moeten goed aansluiten bij de onderwijspraktijk. Daarvoor stelt het CvTE commissies in van vakdocenten. Voor ieder examenvak (en niveau) is er een syllabus- en vaststellingscommissie. Onder voorzitterschap van deskundigen uit het aansluitend vervolgonderwijs, zijn deze commissies verantwoordelijk voor het ontwikkelen en vaststellen van de toetsen en examens.

Ook worden docenten op andere manieren betrokken. Afgelopen schooljaar hebben wij de mogelijkheden voor docenten om feedback te geven uitgebreid in de vorm van drie experimenten bij wiskunde A havo, scheikunde vwo en bij Nederlands vwo. Docenten kregen de gelegenheid om vooraf (wiskunde en scheikunde) of achteraf feedback te geven op het correctievoorschrift.

In totaal dragen 1400 docenten rechtstreeks bij aan het ontwikkelen en vaststellen van de centrale examens voor het voortgezet onderwijs.

> Zie ook: Docentbetrokkenheid
> Zie ook: Samenwerking

Hoe gaat het CvTE om met opmerkingen over opgaven en correctievoorschriften?

Bij de Toets- en Examenlijn van het CvTE komen vragen en opmerkingen van docenten/examensecretarissen binnen over met name de manier waarop het antwoordmodel (= correctievoorschrift) van een examen moet worden toegepast. De vragen van docenten bekijkt het CvTE allemaal zorgvuldig. Ook bekijkt het CvTE de opmerkingen van vakinhoudelijke verenigingen en het LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren). Specifieke vakinhoudelijke vragen worden bekeken door de voorzitter van de betreffende vaststellingscommissie van het CvTE.

Af en toe blijkt dat een vraag in een examen niet werkt zoals bedoeld. Dat kan komen door een inhoudelijke onvolkomenheid in de opgave, maar ook door andere oorzaken. Bijvoorbeeld doordat een vraag heel anders kan worden gelezen dan bedoeld. Dat kan leiden tot een beoordeling die niet elke kandidaat recht doet. Indien dit tijdig wordt gesignaleerd, wordt er een aanvulling uitgestuurd. Soms meldt dan de aanvulling dat in afwijking van het correctievoorschrift ook een ander antwoord goed gerekend moet worden.

Een aanvulling uitsturen heeft zin zolang docenten nog aan het nakijken zijn. Het CvTE streeft ernaar niet later dan vier werkdagen na de afname van een vak nog een aanvulling te versturen. Komt een opmerking (die hout snijdt) te laat binnen om er nog een aanvulling over te sturen, dan wordt met de betreffende vraag rekening gehouden tijdens de normering.

Doel van dit systeem is dat alle leerlingen zoveel als mogelijk op een gelijke manier worden beoordeeld. Uitgangspunt van het CvTE is dat leerlingen van een eventuele fout niet de dupe mogen worden. Als een fout wordt vastgesteld, beslist het CvTE altijd in het voordeel van de leerling.

> Zie ook: CvTE Backstage: aanvullingen
> Zie ook: Infographic normering