Kamerbrief over toetsing en examinering in het voortgezet onderwijs

Op 18 april 2019 is er een kamerbrief over toetsing en examinering in het voortgezet onderwijs verschenen. Jan Kastelein, sectormanager vmbo, reageert op drie voor het College voor Toetsen en Examens zeer gunstige passages:

1 (op blz 3):

De bijgevoegde stukken van de commissie Steur die uitvoering geven aan deze motie, geven aan dat de verschillen tussen PISA en CE resultaten verklaarbaar zijn, en niet samenhangen met de normering van de CE’s. De commissie concludeert dat de N-termprocedure robuust is, en essentieel is om op een verantwoorde wijze centraal te examineren en de moeilijkheid van de examens constant te houden. Een aanbeveling van de commissie is om de kennis over werking van de N-term onder docenten te vergroten. Ik ondersteun deze aanbeveling, omdat het bijdraagt aan het vertrouwen in de kwaliteit van het proces rondom de CE’s. Via het Project Ieders Examens (PIEx) werkt het CvTE nu al aan het vergroten van de kennis over de normeringssystematiek, en zijn in de afgelopen jaren meerdere publicaties over de werking van de N-term uitgebracht. Daarnaast blijft het CvTE inzetten op activiteiten waarin leraren rechtstreeks contact hebben met examenmakers, zoals een regiobijeenkomst van 26 maart jongsleden waar circa honderd leraren in gesprek konden met het CvTE en Cito over verschillende examenthema’s waaronder ‘De N-term’. Ik wil dat transparantie over deze systematiek bijdraagt aan een goed gesprek over de werkwijze van het CvTE en Cito nu ook de commissie Steur aangeeft dat de systematiek en procedures op orde zijn.

Reactie Jan Kastelein:

“Wat de minister in navolging van de commissie Steur zegt over de N-term, is een steunbetuiging aan de normeringssystematiek.”

2 (op blz 8):

Een ander voorbeeld van een innovatieve vorm van examineren zijn de digitale flexibele examens in het vmbo-bb en –kb. De recent uitgevoerde evaluatie van dit project laat zien dat deze examens verschillende vaardigheden betrouwbaar centraal toetsen, op een manier die aansluit bij de beleving en wensen van deze groep vmbo-leerlingen. De flexibele afnamemomenten en de mogelijkheden die het digitale examen biedt om op een andere manier te toetsen, zorgen ervoor dat veel vmbo-scholen gebruikmaken van deze examenvorm. Wel vragen deze examens meer van de organisatie binnen de school, en moeten sommige scholen en/of leraren wennen aan deze vorm. Ook zijn deze examens vooralsnog duurder dan papieren examens. Binnen de evaluatie is de aanbeveling om de digitale examens voor deze leerwegen regulier te maken. Ik sta hier positief tegenover.

Ik zal het CvTE vragen om te onderzoeken hoe het regulier maken van de digitale examens zou kunnen worden geïmplementeerd, waarbij zij ook rekening zullen houden met de haalbaarheid en de technische uitvoerbaarheid.

Dit voorstel zullen wij in het voorjaar van 2020 met uw Kamer delen.

Reactie Jan Kastelein:

“Op weg naar het regulier maken van BB- en KB-flex is dit een mijlpaal te noemen.”

3 (op blz 8):

Een goed voorbeeld uit de huidige examenpraktijk - waarin meer getoetst wordt dan cognitieve kennis en vaardigheden - is het centraal schriftelijk en praktisch examen in het vmbo. Dit examen richt zich onder andere op een kwalitatieve waardering van praktische vaardigheden binnen een kader van centraal vormgegeven toetsopdrachten. Internationaal gezien lopen wij met dit type examens voorop en kunnen wij als Nederland trots zijn op de kennis en kunde van onze toetsdeskundigen.

Reactie Jan Kastelein:

“Deze passage is een lofuiting voor het centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe).”