Normering examens 2020/2021

Vandaag, morgen en overmorgen analyseren Cito en het College voor Toetsen en Examens (CvTE) alle gegevens voor de normering. Vervolgens worden de N-termen van de examens vmbo, havo en vwo door het CvTE vastgesteld. We kunnen dit jaar de centrale examens niet normeren zoals anders. Wil je weten hoe we dat dit jaar doen? In dit filmpje leggen we het uit:

Animatie normering examenjaar 2020/2021

We kunnen dit jaar de centrale examens niet normeren zoals anders. We hanteren een aanpak die daar zo dicht mogelijk bij in de buurt komt. Daarmee zorgen we ervoor dat de normering ook dit jaar recht doet aan de prestaties van leerlingen waardoor leerlingen terecht een voldoende of onvoldoende blijven behalen. En we zorgen ervoor dat de eisen die gesteld worden aan leerlingen zoveel mogelijk gelijk blijven aan de eisen van voorgaande jaren.

Als een leerling een examen heeft gemaakt, krijgt hij voor zijn prestatie scorepunten. Aan die behaalde score kun je nog geen conclusies verbinden over zijn vaardigheid. Pas als bekend is bij hoeveel scorepunten een voldoende wordt behaald krijgt de score betekenis. Dat noemen we normeren.

Bij het normeren bepalen we de N-term. Je zou bij elk examen kunnen zeggen dat je een voldoende hebt als je de helft goed hebt. Je houdt er dan geen rekening mee dat het éne examen moeilijker kan zijn dan het andere. Daarom hebben we een N-term ingevoerd waarmee we compenseren voor verschillen in moeilijkheid. Als een examen moeilijker is, dan is de N-term hoger en hoef je minder scorepunten te halen voor een voldoende. Is een examen makkelijker dan is de N-term lager en heb je meer scorepunten nodig. Met de N-term zorgen we ervoor dat de prestatie-eis elk jaar gelijk is. 

De prestatie-eis is de lat waar je overheen moet springen. De lat ligt dus ieder jaar op dezelfde hoogte. In 2021 hebben we te maken met een uitzonderlijke situatie. Doordat leerlingen al sinds het voorjaar van 2020 een andere voorbereiding hebben gehad op het centraal examen kunnen we er niet van uitgaan dat de vaardigheid van de leerlingen in 2021 gelijk is aan die van leerlingen in bijvoorbeeld 2019.

We zouden daarom de vaardigheid eerst moeten meten. Om dat te kunnen doen, is het van belang dat we de leerlingen van 2021 kunnen vergelijken met de leerlingen van 2019. Dat is echter niet mogelijk omdat deze groepen niet vergelijkbaar zijn. Daardoor kunnen we dit jaar niet normeren zoals anders.

Dit jaar wordt de score afgezet tegen de scores van andere leerlingen in 2021. Alle in 2021 behaalde scores van leerlingen voor een vak vormen de scoreverdeling. Het gemiddelde cijfer uit 2015-2019 voor dat vak bepaalt in combinatie met de scoreverdeling de grens tussen een voldoende en een onvoldoende. De lat ligt hierdoor niet automatisch op dezelfde hoogte als in voorgaande jaren maar de examenleerlingen van 2021 moeten wel allemaal over dezelfde lat springen om een voldoende te halen.

Om er toch voor te zorgen dat de lat dit jaar zoveel mogelijk op dezelfde hoogte ligt als in voorgaande jaren kijken we ook naar de N-termen die de afgelopen jaren zijn vastgesteld op de centrale examens van een vak. Bovendien vragen we naar het oordeel van docenten over de moeilijkheid van het door hen nagekeken examen van dit jaar.
Met andere woorden, het gemiddelde cijfer uit de periode 2015-2019 voor een vak geeft dit jaar in combinatie met de historische N-term en het docentenoordeel een goede indicatie waar de grens ligt tussen voldoende en onvoldoende voor een examen. Aan de hand van deze technische gegevens bepalen we de voorlopige N-term.  Tenslotte stellen we met behulp van de docenten in onze vaststellingscommissies de definitieve N-term 
vast. We kijken dan of we de N-term nog moeten aanpassen door o.a. de reacties te wegen die we over een centraal examen ontvangen van leerlingen via het LAKS en van docenten via onze eigen examenlijn. Deze stap in het normeringsproces is hetzelfde als in andere jaren.

Zo zorgt het College voor Toetsen en Examens ervoor dat het cijfer dat leerlingen straks halen,recht doet aan hun prestaties en blijven de exameneisen zoveel mogelijk gelijk aan de eisen van voorgaande jaren.