Reflectie op blog Pijpers 'Het begon zo onschuldig'

Hoe ‘goed’ is een centraal examen?

Het blog van Michel Pijpers 'Het begon zo onschuldig…' (Didactiefonline.nl, 16 juni 2017) is voor ons aanleiding tot reflectie. Die reflectie brengt ons ertoe om de vragen te beantwoorden die hij stelt. Elders kan dan een informatieve tekst verschijnen met een uitleg over de technische aspecten die Pijpers naar voren brengt (de rit-waarden).

Twee vragen

Uit zijn tekst komen twee vragen duidelijk naar voren:

  1. Welke oude examenopgaven kan ik gebruiken voor mijn leerlingen?
  2. Moet er een vraagteken geplaatst worden bij de kwaliteit van het centraal examen Nederlands?

Met dat laatste vraagteken willen we beginnen.

Uitgangspunt bij de ontwikkeling van een centraal examen is de toetsing van de vakinhoud zoals die is vastgelegd in het examenprogramma en de syllabus. Bij deze vakinhoud worden vragen ontwikkeld die aansluiten bij deze inhoud en die passend zijn voor het niveau van het betreffende schooltype. Daarnaast willen we met een centraal examen verschillen in kennis en vaardigheid van leerlingen kunnen vaststellen.

De ene vakinhoud leent zich daar echter binnen de context van het centraal examen beter voor dan de andere vakinhoud. Dat komt onder meer tot uiting in de rit-waarden. Rit-waarden geven de correlatie aan tussen de score op een item en de score op de toets als geheel. Lage rit-waarden geven veelal aan dat de betreffende items andere elementen meten (of een andersoortig oplossingsproces vereisen).

  1. Het centraal examen Nederlands havo en vwo is gebaseerd op het landelijk vastgestelde examenprogramma. De domeinen A en D, met de subdomeinen binnen domein A, van dit examenprogramma zijn aangewezen voor het centraal examen. Aangezien leerlingen niet in elk onderdeel even goed hoeven te zijn, is de correlatie tussen de vragen (items) en de toets als geheel niet al te hoog.
  2. Daarnaast worden vragen gesteld bij verschillende teksten. Vragen van verschillende teksten hangen onderling lager samen (juist omdat het verschillende teksten zijn). Dit heeft invloed op de rit-waarde, die wordt daardoor lager. We zouden in het examen ook veel korte teksten kunnen opnemen, met één vraag bij elk tekstje. Dat zou de rit-waarde wellicht positief kunnen beïnvloeden. Anderzijds – het examen 2017 vertoont met een groter aantal teksten, maar met in totaal minder woorden al betere rit-waarden. Linksom of rechtsom - hebben we dan een examen dat aansluit bij de vakinhoud zoals beschreven in examenprogramma en syllabus, passend bij het huidige onderwijs? 
  3. De populatie havo-leerlingen is relatief homogeen als het gaat om kennis van de Nederlandse taal. Het is moeilijker een onderscheid te maken tussen de prestaties van min of meer even goede leerlingen dan een onderscheid te maken tussen leerlingen die veel meer van elkaar verschillen. Zou hetzelfde examen afgenomen worden bij de hele range van leerlingen van vmbo tot vwo, dan zouden de rit-waarden veel hoger uitvallen.

Kortom, het vraagteken dat Pijpers plaatst, is niet zonder meer van toepassing op elk centraal examen.

Dan vraagt Pijpers zich af welke examenvragen uit oude examens hij kan gebruiken ter voorbereiding van zijn leerlingen. Die keuze vloeit voort uit de reeds genoemde vakinhoud. Voor de keuze van het gebruik van examenvragen ter voorbereiding op het centraal examen zou men zich niet moeten blindstaren op de rit-waarden, maar zich vooral moeten laten leiden door de vakinhoud die de vraag bevraagt. Vanwege de wijzigingen in het examenprogramma sinds 2014 in verband met het referentiekader taal ligt het voor de hand hiervoor de nieuwste examens  te gebruiken.

Tot slot

De vakinhoud van het centraal examen Nederlands maakt het ontegenzeggelijk relatief lastiger dan bij veel andere vakken met een centraal examen om goed discriminerende vragen te stellen. Zowel dit gegeven als de huidige vakinhoud zijn daarom onderdeel van de dialoog die wij met Neerlandici van de Vereniging Leraren Levende Talen en Nederlands Nu! over de examinering van het vak Nederlands voeren. Binnen de huidige randvoorwaarden zijn Cito en CvTE er echter van overtuigd dat de examinering van het vak Nederlands naar behoren wordt gedaan.